Aanpassing van het arbeidsreglement noodzakelijk naar aanleiding van nieuwe regelgeving inzake psychosociale risico’s op het werk

Na meerdere sensibiliseringscampagnes en onderzoeksrapporten achtte de wetgever het in februari 2014 noodzakelijk de regelgeving inzake (de preventie van) psychosociale belasting veroorzaakt door het werk aan te passen.

Twee wetten tot wijziging van de Welzijnswet van 4 augustus 1996 en het Gerechtelijk Wetboek werden op 28 februari 2014 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.  Een aantal bepalingen werden vervolgens uitgevoerd bij wege van koninklijk besluit van 10 april 2014 betreffende de preventie van psychosociale risico’s op het werk.

Deze nieuwe regels zijn  op 1 september 2014 in werking getreden. Zo worden onder andere nieuwe interne procedures voorzien voor de werknemer die meent schade te ondervinden ten gevolge van een “psychosociale risico” (dat niet langer beperkt is tot geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag maar veel ruimer gaat zoals werkdruk, stress, angst, burn-out, etc.). Deze procedures moeten expliciet worden opgenomen in het arbeidsreglement tegen uiterlijk 1 maart 2015.

Het is in dit verband niet langer vereist een “met redenen omklede klacht” neer te leggen om grensoverschrijdend gedrag te melden. Het volstaat thans om een “verzoek tot informele of formele psychosociale interventie” in te dienen wanneer de werknemer van mening is dat hij/zij gezondheidsschade ondervindt door (een) psychosociale risico(’s) op het werk.

Intern dienen twee procedures ter beschikking te staan van de werknemer:

  • De informele psychosociale interventie: deze interventie wordt gevraagd aan de vertrouwenspersoon of aan de preventieadviseur. Op een informele wijze, dit is door gesprekken, een interventie bij een derde of een verzoening, wordt een interne oplossing beoogd. Werknemers die gebruik maken van deze procedure zijn niet beschermd tegen ontslag.
  • De formele psychosociale interventie: deze interventie kan enkel worden gevraagd aan de preventieadviseur. Alvorens zijn verzoek in te dienen, moet de werknemer eerst een verplicht persoonlijk onderhoud hebben met de preventieadviseur. De preventieadviseur voert een analyse van de specifieke arbeidssituatie uit en brengt de werkgever op de hoogte middels het verstrekken van een advies en het voorstellen van te treffen maatregelen.

    > Met het oog op een verschillende behandeling van het verzoek zal de preventieadviseur moeten analyseren (i) of er al dan niet sprake is van
       een grensoverschrijdend gedrag en (ii) zo dat niet het geval is, welk karakter het verzoek heeft, een hoofdzakelijk individueel, dan wel collectief
       karakter. De specifieke procedure die geldt voor geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag wordt op deze manier behouden, doch ook
       aangepast (de definitie van “pesterijen” wordt bijvoorbeeld verruimd). Nieuw is dat de preventieadviseur de indiening van een formeel verzoek
       dient te weigeren zo de toestand die de werknemer beschrijft kennelijk geen psychosociale risico’s op het werk inhoudt (bijvoorbeeld in het
       geval van een negatieve evaluatie).

    > Alleen werknemers die beroep doen op een formele psychosociale interventie voor feiten van grensoverschrijdend gedrag zoals geweld,
       pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk zijn overigens beschermd tegen ontslag.

Bovenstaande procedures dienen als complementair beschouwd te worden. Zij verhinderen niet dat werknemers kunnen blijven gebruik maken van de bestaande normale procedures die op ondernemingsvlak gelden om problemen te melden, d.i. zich rechtstreeks wenden tot hun werkgever, een lid van de hiërarchische lijn of een lid van het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (“CPBW”) of de vakbondsafvaardiging.

De vaststelling van deze procedures moet gebeuren na akkoord van het CPBW, bij ontstentenis van een CPBW, de vakbondsafvaardiging, en bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging de werknemers zelf. Wanneer geen akkoord mogelijk is, vraagt de werkgever het advies van de met toezicht belaste ambtenaar. Indien daarna nog steeds geen akkoord kan worden bereikt, kan de werkgever de maatregelen treffen voor zover minstens 2/3 van de werknemers(vertegenwoordigers) hun akkoord hebben gegeven.

Naast voormelde procedures moeten  ook de coördinaten van de vertrouwenspersoon en/of de preventieadviseur psychosociale aspecten opgenomen worden in het arbeidsreglement.

Ten slotte dient benadrukt dat de uitgebreide procedure via de Ondernemingsraad of aanplakking niet moet worden gevolgd voor deze aanpassing van het arbeidsreglement. Het volstaat dat de wijzigingen binnen de acht dagen naar  de dienst Toezicht Sociale Wetten wordt verstuurd, alsook dat een kopie van de gewijzigde tekst aan de werknemers wordt overgemaakt.

Wij staan uiteraard ter beschikking indien u vragen heeft in het kader van de aanpassing van uw arbeidsreglement en/of in het algemeen over deze nieuwe – uitgebreide – regelgeving inzake psychosociale risico’s.

Voor meer informatie, contacteer Nele Van Kerrebroeck op +32 (0)2 501 9066 of via nele.van_kerrebroeck@linklaters.com of Florence Thirion op +32 (0)2 501 9217 of via florence.thirion@linklaters.com